up
down

BERT EN HET BEELD

In zijn Journaille-column in het Parool merkte Jan Vrijman ooit op dat hij Bert Schierbeek een talentvol schrijver over kunst vond. Schierbeeks woorden over het werk van schilder Leo Schatz hadden Vrijman onweerstaanbaar naar een tentoonstelling gedreven. Dat Schierbeek goed over kunst schreef, kunnen (of konden) tientallen schilders, beeldhouwers, fotografen en cineasten volmondig beamen. Vanaf de Cobratijd tot kort voor zijn dood heeft Schierbeek samengewerkt met de meest uiteenlopende kunstenaars. Uit bewondering of uit persoonlijke genegenheid liet Schierbeek zich inspireren tot taal die harmonieerde met de kunst van de ander, van ontroerende verzen tot filosofisch getinte beschouwingen. Hoe uiteenlopend het werk van zijn vrienden-kunstenaars ook kon zijn, Schierbeek wist altijd de kern te raken. En ook andersom bleken Schierbeeks gedichten dikwijls een bron van inspiratie voor de kunstenaars. Een kleine greep uit de omvangrijke groep: Karel Appel, Jan Sierhuis, Lotti van der Gaag, Frank Lodeizen, Lei Molin, Loes van der Horst, Pierre van Soest, Corneille, Johan van der Keuken, Wolfgang Ebert en Mercedes.

Over die boeiende co-producties verscheen in 2000 een boek: Bert en het beeld, dat werd samengesteld en ingeleid door Karin Evers. De schitterende vormgeving werd verzorgd door Cornelia Blatter en Marcel Hermans (COMA New York/Amsterdam). Bert en het beeld, dat in 2000 een van De Best Verzorgde Boeken van het jaar was, is nog verkrijgbaar in het Cobra Museum te Amstelveen.

Ook op deze site zal worden stilgestaan bij dit aspect van Schierbeeks veelzijdige oeuvre. Iedere maand vind je hier een nieuw voorbeeld van de wederzijdse beïnvloeding van kunstenaar en dichter. Voor
Oktober is de keuze gevallen op Bert en Muriel ten Cate.


Bert en Muriel ten Cate

oud licht pakt de huizen nog één keer uit om ze straks in de zwarte doos van de nacht te stoppen

Muriel ten Cate, zonder titel, 1997, aquarel op papier, 48 x 58 cm.